donderdag 13 oktober 2011

Wanneer toon je wel of geen affectie?

Geef affectie pas als het verdient is.
Honden zijn dieren van affectie en aanraking betekend veel voor hen, zowel in de natuurlijke omgeving als wanneer ze bij mensen wonen. Maar affectie die niet verdiend is, kan nadelig zijn voor een hond.

Wanneer is dan de juiste tijd?:
  • Wanneer een hond zijn beweging heeft gehad en heeft gegeten.
  • Nadat hij zijn ongewenste gedrag heeft verbeterd naar het gedrag wat je van hem vroeg.
  • Na dat hij op de juiste wijze heeft gereageerd op een commando of regel.

Als je hond je bespringt, om je hem te laten aaien, ga je daar waarschijnlijk automatisch op in. Dit geeft de hond het gevoel dat hij de leiding heeft. Geef daarom je affectie alleen als de hond kalm en onderdanig is. Laat je hond zitten en geef hem affectie op jou voorwaarden. Je onderhoud dan correct kalme onderdanig gedrag en je hond zal zich snel realiseren dat er maar één gedrag is waarmee hij krijgt wat hij wil, inclusief affectie.


Honden hebben het nodig te weten dat hun leider duidelijke regels, grenzen en beperkingen instelt,
zowel binnen als buitenshuis. Jij beslist waar je naar toe gaat tijdens de wandeling, in welk tempo, wanneer je rust, wanneer en waar de hond zijn behoefte mag doen, wanneer hij mag jagen, wanneer hij mag graven of om mag rollen. Wees altijd consequent met je regels. Boosheid, agressie of mishandelend gedrag naar je hond geeft je geen recht op leiderschap! In feite is een boze, gefrustreerde of agressieve leider niet in controle en zal nooit de hond zijn vertrouwen winnen.
Je drukke of on-gebalanceerde energie zal je hond afschrikken of verwarren, of hij zal je simpelweg negeren. Kalme assertieve energie, de bekwaamheid te kunnen laten zien dat je een ware leider bent, meevoelend, maar zwijgend in controle, en dagelijks, doortastend leiderschap uitdragen versterkt de regels en maakt het leiden makkelijker en verdien je de ware liefde en respect die je zo graag van je hond wilt.

Versterk verkeerd gedrag niet.

Om in de behoefte van je hond te voorzien, is het nodig om je hond beweging, discipline en affectie (in die volgorde)
Veel mensen verwennen hun hond met alleen maar affectie, affectie en affectie. In de hondenwereld is alleen affectie krijgen erg verwarrend en verstoord hun natuurlijke balans. En affectie dat wordt gegeven op het verkeerde moment zal uiteindelijk het verkeerde gedrag versterken.

Wanneer is het de verkeerde tijd om affectie te tonen?
Als de hond angstig is, onzeker, opdringerig, dominant, agressief, zeuren, bedelen, blaffen of een regel overtreed of het huishouden verstoord.
Elke keer als je affectie toont, versterk je de oorzaak van het gedrag.
Regels, grenzen en beperkingen zijn hetgene wat het verkeerde gedrag van de hond laat stoppen, niet affectie.
Affectie is de pot goud aan het einde van de regenboog voor het gedrag van een goed lid van het roedel.
Geef je hond niet te veel affectie meteen als je wakker wordt of thuis komt van je werk. Doe je dat wel, dan versterk je zijn enthousiaste drukke energie. Bewaar je affectie voor na de beweging (wandeling) en het voeren, wanneer je hond in een kalme onderdanige status is.

zondag 2 oktober 2011

Kalmerende signalen

Enkele jaren geleden zorgde de Noorse Turid Rugaas (boek is te koop via de website www.cazanshondencentrum.nl onder ‘boeken’ ) voor een ware doorbraak van inzichten in het gebruik van lichaamstaal door honden om conflicten te voorkomen en stress te laten afvloeien. Haar boek ‘Kalmerende Signalen’ beschrijft een veelvoud van lichaamshoudingen en gedragingen die honden gebruiken in hun communicatie. Het herkennen van deze kalmerende signalen helpt om uw hond beter te begrijpen en kunnen zelfs door ons gebruikt worden om de omgang met de hond te verbeteren.
Honden zijn net als hun voorouder de wolf sociale dieren. Om echter te kunnen leven in een groep is goede communicatie onontbeerlijk. Samenleven en samenwerken zijn niet mogelijk zonder elkaars bedoelingen duidelijk over te kunnen brengen of te begrijpen. Dat honden hiervoor lichaamstaal en geurentaal gebruiken is algemeen bekend. Vaak wordt hierbij echter de nadruk gelegd op de dominante en onderdanige lichaamshoudingen die een hond kan tonen. Ze kunnen echter veel meer met hun lichaamstaal. Ze beheersen ook signalen waarmee mogelijke conflicten kunnen worden voorkomen en stress bij zichzelf en de ander kunnen worden verminderd: kalmerende signalen.
Kalmerende signalen worden gebruikt in de communicatie tussen honden onderling, maar ook naar mensen toe. Het herkennen ervan helpt dus uw hond beter te begrijpen. Maar volgens Turid Rugaas is er meer: wijzelf kunnen de kalmerende signalen ook gebruiken om de hond gerust te stellen!
Een van de kalmeringssignalen die honden gebruiken wanneer ze een andere hond tegenkomen, is het naderen in een boog. Ze lopen niet recht op elkaar af, maar naderen in een halve cirkel. Hierbij wordt de zijkant van het lichaam getoond. Dat geeft een goed zicht op gehele lichaam en wat dat lichaam uitdrukt. Het niet frontaal maar juist omzichtig naderen geeft de boodschap ‘ik heb niets kwaads in de zin’. Tijdens een wandeling met loslopende honden zult u dit gedrag regelmatig kunnen observeren. Zelf kunt u het echter ook gebruiken als u een vreemde hond nadert. Rechtstreeks op hem aflopen kan als heel bedreigend worden ervaren, en daarmee angst of agressie opwekken!
Wegkijken is ook zo’n signaal dat aangeeft dat de hond het goed bedoeld. Recht in de ogen kijken (aanstaren) is voor honden een teken van dreiging. Door juist de blik (en eventueel het hoofd) af te wenden en rechtstreeks oogcontact te mijden wordt de vriendelijke intentie duidelijk gemaakt.
Het kalmeert daarmee de andere hond: hij hoeft niet bang te zijn voor de ander.
Mensen die heftig mopperen of zelfs schreeuwen tegen hun hond, interpreteren dit signaal van hun hond wel eens verkeerd. Het wegkijken door de hond wordt dan beschouwd als het negeren van de baas, terwijl de hond zijn baas juist wel als intimiderend ervaart en hem probeert te kalmeren!
Zo kunnen ook signalen als plotseling heel geïnteresseerd aan de grond snuffelen, langzaam bewegen (traag naderen) en gapen bedoeld zijn als kalmerende signalen voor zichzelf en de ander, maar door de mens ervaren worden als ronduit ongehoorzaam. Natuurlijk moet alles bezien worden in de context van de situatie en in samenspel met andere lichaamssignalen. Duidelijk is echter dat honden over vele signalen beschikken om stress en conflicten te vermijden. In dit stukjel worden slechts enkele voorbeelden van kalmerende signalen beschreven, in de hoop u te interesseren voor dit onderwerp. We kunnen u van harte aanbevelen het boek ‘Kalmerende Signalen’ van Turid Rugaas te lezen. Daarnaast zijn er vele sites op Internet die dit onderwerp uitgebreid bespreken.

Resumerend:
Honden gebruiken in hun communicatie lichaamshoudingen en gedragingen die bedoeld zijn om conflicten te voorkomen en stress te vermijden. Dit noemen we ‘kalmerende signalen’.
Deze kalmerende signalen gebruiken honden onderling, maar ook in hun gedrag naar ons toe. Kennis van deze kalmerende signalen helpt dan ook uw hond beter te begrijpen.